ヴィルヘルムス・ファン・ナッソウエ

出典: フリー百科事典『ウィキペディア(Wikipedia)』

オランダの国歌 から転送)

ヴィルヘルムス・ファン・ナッソウエ(オランダ語:Wilhelmus van Nassouwe)あるいはヴィルヘルムスWilhelmus)は、オランダ国歌。旋律は世界の国歌のうちで最も古いといわれる。

目次

[編集] 成立

題名になっているヴィルヘルムス・ファン・ナッソウエとは、八十年戦争の指導者で現オランダ王家オラニエ=ナッサウ家の始祖でもあるオラニエヴィレム1世のことである。スペインが派遣したアルバ公の追及を逃れ、ドイツに亡命していたウィレムは、1568年に弟たちと連携してネーデルラント(今日のベネルクス諸国)へ侵攻した。ヴィレムらの軍勢は緒戦では勝利したものの、結局はアルバ公に撃退されて再度亡命した。

『ヴィルヘルムス』はこのヴィレムの2度目の亡命の時期に、ヴィレムの腹心シント・アルデホンデ領主フィリップス・ファン・マルニクスが作詞したと伝えられていたが、異説もある。ヴィレムが一人称で語る形を取っており、スペインへの反乱の同志を鼓舞し、またドイツの諸侯へのプロパガンダともなっている内容である。

旋律は1569年頃によく歌われていたフランスの従軍歌が元になっていて、最古の楽譜は1574年のものである。

『ヴィルヘルムス』は古くから歌い継がれてきたものの、1815年にオランダ王国が成立した際には“Wien Nederlands Bloed”が国歌に選ばれた。しかし『ヴィルヘルムス』の人気が上回り、公式行事で使われることも多くなったため、1932年に正式に国歌に定められた。

歌詞は全部で15番まであるが、それぞれの最初の文字をつなげると“WILLEM VAN NASSOV”(Willem van Nassauの古い綴り)になるというアクロスティックの技法が用いられている。ただし現行の歌詞では綴りが改められている。今日唱われるのは1番と6番のみである。

[編集] 歌詞

  1. Wilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed,
    den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood.
    Een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd,
    den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.
  2. In Godes vrees te leven heb ik altijd betracht,
    daarom ben ik verdreven, om land, om luid gebracht.
    Maar God zal mij regeren als een goed instrument,
    dat ik zal wederkeren in mijnen regiment.
  3. Lijdt u, mijn onderzaten die oprecht zijt van aard,
    God zal u niet verlaten, al zijt gij nu bezwaard.
    Die vroom begeert te leven, bidt God nacht ende dag,
    dat Hij mij kracht zal geven, dat ik u helpen mag.
  4. Lijf en goed al te samen heb ik u niet verschoond,
    mijn broeders hoog van namen hebben 't u ook vertoond:
    Graaf Adolf is gebleven in Friesland in den slag,
    zijn ziel in 't eeuwig leven verwacht den jongsten dag.
  5. Edel en hooggeboren, van keizerlijken stam,
    een vorst des rijks verkoren, als een vroom christenman,
    voor Godes woord geprezen, heb ik, vrij onversaagd,
    als een held zonder vreden mijn edel bloed gewaagd.
  6. Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer,
    op U zo wil ik bouwen, Verlaat mij nimmermeer.
    Dat ik doch vroom mag blijven, uw dienaar t'aller stond,
    de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.
  7. Van al die mij bezwaren en mijn vervolgers zijn,
    mijn God, wil doch bewaren den trouwen dienaar dijn,
    dat zij mij niet verrassen in hunnen bozen moed,
    hun handen niet en wassen in mijn onschuldig bloed.
  8. Als David moeste vluchten voor Sauel den tiran,
    zo heb ik moeten zuchten als menig edelman.
    Maar God heeft hem verheven, verlost uit alder nood,
    een koninkrijk gegeven in Israël zeer groot.
  9. Na 't zuur zal ik ontvangen van God mijn Heer dat zoet,
    daarna zo doet verlangen mijn vorstelijk gemoed:
    dat is, dat ik mag sterven met eren in dat veld,
    een eeuwig rijk verwerven als een getrouwen held.
  10. Niet doet mij meer erbarmen in mijnen wederspoed
    dan dat men ziet verarmen des Konings landen goed.
    Dat u de Spanjaards krenken, o edel Neerland zoet,
    als ik daaraan gedenke, mijn edel hart dat bloedt.
  11. Als een prins opgezeten met mijner heires-kracht,
    van den tiran vermeten heb ik den slag verwacht,
    die, bij Maastricht begraven, bevreesde mijn geweld;
    mijn ruiters zag men draven zeer moedig door dat veld.
  12. Zo het den wil des Heren op dien tijd had geweest,
    had ik geern willen keren van u dit zwaar tempeest.
    Maar de Heer van hierboven, die alle ding regeert,
    die men altijd moet loven, en heeft het niet begeerd.
  13. Zeer christlijk was gedreven mijn prinselijk gemoed,
    standvastig is gebleven mijn hart in tegenspoed.
    Den Heer heb ik gebeden uit mijnes harten grond,
    dat Hij mijn zaak wil redden, mijn onschuld maken kond.
  14. Oorlof, mijn arme schapen die zijt in groten nood,
    uw herder zal niet slapen, al zijt gij nu verstrooid.
    Tot God wilt u begeven, zijn heilzaam woord neemt aan,
    als vrome christen leven,- 't zal hier haast zijn gedaan.
  15. Voor God wil ik belijden en zijner groten macht,
    dat ik tot genen tijden den Koning heb veracht,
    dan dat ik God den Heere, der hoogsten Majesteit,
    heb moeten obediëren in der gerechtigheid.

[編集] 補足

  • 1番(および15番)でスペイン王への忠誠が歌われている。これは、八十年戦争の開戦初期には「スペイン王の意に反して圧制を行なう執政の打倒」が大義として掲げられていたことを反映している。
  • 4番では、開戦初期の戦闘であるハイリヘルレー(当時フリースラント州、現在はフローニンゲン州)の戦いで戦死した、ヴィレム1世の弟アドルフに言及している。ヴィレムはこの後さらにローデヴァイク、ヘンドリックの2人の弟をこの戦争で失った。
  • 5番でヴィレムの家系を「気高く高貴な皇帝の家系」と称している。これはナッサウ家から1人だけ神聖ローマ皇帝が出ていることによる。ただし、この皇帝アドルフはヴィレムの直接の先祖ではなく、ナッサウ家の別の系統に属する。
  • 11番ではヴィレム自身のネーデルラント侵攻について語っている。ヴィレムの軍勢は南部のマーストリヒト近郊まで進出していたが、アルバ公が反乱軍の消耗を狙って決戦を避けたため、撤退に追い込まれた。しかし、詩の中では自らの軍勢に敵も恐れをなしていたと歌われている。

[編集] その他

モーツァルトが子供時代(1766年頃)に作曲したピアノ独奏曲に、「オランダ歌曲『ヴィルヘルムス・ヴァン・ナッサウ』による7つの変奏曲」K.25という作品がある。